Ga direct naar de hoofdinhoud

Soorten Esdoorns

De esdoorn heeft gevleugelde zaden.
Nieuwe planten
Bomen en planten maken zaad in hun bloemen. Uit het zaad groeit er weer een nieuwe boom of plant. Elk zaadje bevat een nieuw plantje. De buitenlaag van het zaadje biedt bescherming tegen koudte of water. Om te kunnen ontkiemen heeft het zaadje genoeg warmte, lucht en water nodig. Het heeft een temperatuur nodig van ongeveer 15 graden Celcius. Deze geschikte omgeving is er vooral in de lente.Dan is het mogelijk voor het plantje om uit het zaadje te groeien. Als eerst groeien er wortels de aarde in. Hierdoor kan het plantje zich zelf voorzien van voedsel. Als volgt groeien er blaadjes de grond uit

Verspreiding
Elk bloem bevat veel zaadjes. Deze moeten uiteraard verspreid worden. Esdoorn zaden hebben een soort van "vleugels" hierdoor is het makkelijker om zich te verspeiden want ze kunnen niet allemaal op dezelfde plaats groeien. Deze vleugels zijn zo licht dat ze met de wind mee worden gebracht naar een andere plek om zich te ontkiemen. Ook doormiddel van een rivier kan een zaadje ergens anders terecht komen want de buitenste beschermlaag zorgt ervoor dat het zaadjes zelf niet beschadigt raakt.

Dit is een esdoorn bloesem

De gewone esdoorn
De gewone esdoorn kan 35 meter hoog worden en wordt en staat meestal op straten en in parken. De boom komt oorspronkelijk uit zuid en midden Europa. De gewone esdoorn is een boom die je veel ziet in Nederland. De esdoorn heeft een dichte, sterk vertakte ronde kroon. De bladeren zijn lang en breed met 5 eivormige, spitse lobben. De bloemen zijn geelgroen en ontstaan in hangende, aan de basis samengestelde trossen, in één tros kunnen mannelijke, vrouwelijke en steriele bloemen voorkomen. De bloemen die in april/mei verschijnen, zijn lange, hangende, geelgroene pluimen. In de herfst is de esdoorn vlammend rood. De gewone esdoorn leeft graag in een diepe frisse grond, maar groeit ook op arme slechte grond. De soort is wel gevoelig voor bladluizen en meeldauw.

De bladluizen worden ook wel gegeten door vogeltjes. Zie link. 

http://www.youtube.com/watch?v=Rjay7tNl3aU&NR=1

De veldesdoorn (de Spaanse aak)
De veldesdoorn wordt tot 10 meter hoog. De plant wordt vaak als struik en in hagen gehouden. In de herfst heeft de Spaanse aak herfstkleuren. Zoals geelrood bruinrood etc. Het blad is drie- tot vijflobbig De lobben zijn stomp, groen en aan de onderkant zijn de bladeren behaard. De bloemen zijn klein, niet zo opvallend en groengeel van kleur. De veldesdoorn is geschikt voor alle bodemsoorten met uitzondering van zeer arme, droge zandgrond en natte bodems. Hij is windbestendig, geschikt voor zonnige en schaduwrijke plaatsen en is bestand tegen luchtverontreiniging en strooizout.

Plant familie:  Sapindaceae (Zeepboomfamilie)  
Plantenlaag: Hoge bomen
Plantenfuncties: vers eetbaar, verwerkt eetbaar, houtproductie,
Bloeitijd: april - mei
Oogsttijd: februari - april
Beschrijving:




De Suikeresdoorn (Acer saccharum) komt van nature voor in het oosten van Noord-Amerika. De boom kan 30-37 m hoog worden en heeft een zeer dichte kroon, waardoor er weinig onderbegroeiing mogelijk is.

De bladeren zijn 8-15 cm lang en hebben in de herfst een herfstkleur van helder geel, via oranje naar oplichtend rood-oranje. Het blad van de suikeresdoorn staat centraal op de vlag van Canada en is een nationaal symbool van dat land.

Het hout van de suikeresdoorn is het hardste van alle esdoorns en wordt gebruikt voor het maken van meubelen en vloeren. Bowlingvloeren worden vaak gemaakt van dit hout. De suikeresdoorn wordt veel gebruikt als sierboom vanwege de mooie herfstkleuren, de snelle groei en de gemakkelijke vegetatieve vermeerdering.

De suikeresdoorn wordt evenals Acer nigrum gebruikt voor de sapwinning. Van het sap wordt Esdoornsiroop gemaakt. Dit is een dunne stroop. In de winterperiode slaan deze bomen vaak suiker op in hun wortels, wat met het sap naar boven stroomt in het voorjaar. Door dit suikerhoudende sap af te tappen en te concentreren ontstaat esdoornsiroop. Esdoornsiroop wordt vooral veel gegeten bij wafels, pannenkoeken, havermout, en wentelteefjes.

Het proces van het aftappen en concentreren van sap van de esdoorn is al vrij oud. De Indianen kenden deze techniek al. Europese kolonisten hebben het later overgenomen. De bomen die zich het beste lenen voor de productie van esdoornsiroop zijn de suikeresdoorn en de zwarte esdoorn. 80% van alle esdoornsiroop komt uit Canada.

Sap van de esdoorn wordt traditioneel afgetapt door een inkeping in de schors te maken en hier een emmer onder te hangen. Minder arbeidsintensieve methodes zoals het bevestigen van plastic slangetjes in de boom worden echter steeds meer gebruikt als alternatief voor de emmer. Sapverzameling vindt vooral plaats in de maanden februari, maart en april, afhankelijk van de locale weersomstandigheden. Voor een optimale sapstroming zijn nachten met temperaturen onder het vriespunt gevolgd door relatief warme dagen nodig.

Voor de productie van 1 liter siroop is ongeveer 40 liter sap nodig. Een volgroeide suikeresdoorn kan 40 liter sap per 4 tot 6 weken produceren. Per boom worden afhankelijk van de grootte een tot drie taps gezet. Bomen moeten minimaal een diameter van 25 centimeter hebben en tenminste 40 jaar oud zijn voordat er sap uit getapt wordt. Het afgetapte sap wordt door koken ingedikt, waarbij het water erin verdampt en enkel het geconcentreerde sap overblijft. De dichtheid wordt getest met een hydrometer. Bij dit proces karamelliseert de suiker, hetgeen een donkere kleur aan de siroop geeft.

De siroop gewonnen van het sap wordt in de loop van de winningsperiode steeds donkerder, doordat steeds meer andere organische stoffen meegaan.
Esdoornsap kan ook worden ingedikt tot het enkel nog bestaat uit harde blokjes; esdoornsuiker.

Naast de Acer saccharum worden ook de volgende twee soorten genoemd door de plants of a future database:

Acer saccharum grandidentatum
Acer saccharum nigrum

 

 De bovenstaande tekst over de suiker esdoorn is gekopieerd, moet nog verwerkt worden in eigen woorden.